Energie en conditie

Toe maar, grote woorden. Energie en conditie! Ja, daar gaat het over nu. Want ik ben verhuisd! En dan gaat het over energie en conditie? Ja! Want, het is verdorie een mega-klus om een complete gezinsverhuizing van bijna 23 jaar in één huis mét werkruimte, mijn business met volledige inhoud van ‘kantoor-werk-plek’ te verhuizen. Mentale spanning. Fysieke (over)belasting. Stress. Plezier, dat ook!

Ik heb wel gemerkt dat ik geen 25 meer ben … pittige confrontatie! Het lijkt wel of de benen wat langzamer gaan. Het is alsof de conditie te wensen over laat. En dan die energie. Wiebelig tot en met! Soms bruis ik van opwinding en energie, zo leuk en nieuw en inspirerend en uitdagend het allemaal is om naar een nieuwe plek te gaan. Om het wonen en werken te verplaatsen en opnieuw te organiseren. Continueren en vernieuwen! Soms verslap ik van gebrek aan dat soort energie. Dan ben ik even de kluts kwijt of voel mij moe of verward. Dan zie ik duidelijk even geen kansen. Meestal ben ik wel van de kansen zien! Ik kan echt mega veel energie hebben, en mijn conditie is redelijk (niet super goed, ook niet slecht). Dat helpt in dit soort omstandigheden, want dat het veel is, zo’n verhuizing, dat is volstrekt helder. Wij hebben bovendien veel te veel mee genomen … onvoldoende opgeruimd, weggegooid en weg gegeven. Teveel twijfel-dingen. Dingen, spullen. Waar gáát het over zou je zeggen. Nou dingen, spullen, met een verhaal of zonder verhaal. Met emotionele waarde of zonder die historische betekenissen.

Mijn energie knalt soms ook ineens onderuit als ik zo’n ding in handen krijg, waar emotionele waarde aan kleeft, wat een verhaal herbergt. Zo heb ik de afgelopen drie of vier dagen al vijftig keer een houten kandelaar in mijn handen gehad en ik kan ‘m niet weg doen. Vol energie ben ik onze nieuwe woning en mijn nieuwe werkruimte aan het inrichten. Waar zet ik het neer? Dit is geen professioneel ding. Dat is duidelijk. Geen kandelaar op de werkplek waar ik met klanten werk. Goed. Waar dan? In het huis? Waar dan? Het staat nergens bij, past nergens tussen, maar het is van mijn vader. Aj. Dát is dus energiegevend of energie nemend, Emotie.

Mijn emoties schommelen rond deze verhuisperikelen. Logisch. Ik laat los na bijna 23 jaar. Ik laat een mooie en fijne woonplek, werkplek, buurt en bekenden los. Groot hoofdstuk daar. Veel belevenissen daar. Ik verdwijn natuurlijk niet van de planeet, dus contact is nog altijd gemakkelijk mogelijk, maar ik laat veel los. Ik vertrek naar een ander dorp. Ik ben al vertrokken en kom soms even terug voor praktische afspraken of om dierbare ex-buren nog even te spreken. Energie gevend en soms ook even energie nemend. Mijn conditie, hoe het ik allemaal vol hou, is goed, redelijk, voldoende, merk ik. Inspanning en ontspanning in balans.

Oude hoofdstuk afsluiten. Nieuw hoofdstuk aan gaan. Energiek.

Pauline Kemkers ©

 

Lichamelijke ongemakjes

Haha, ja hoor, ongemakjes…

Ik zie je denken! Ik hoor je lachen! Ik merk je blik, vol scepsis. En toch, en toch … Het lichaam is, hoe belachelijk het ook klinkt, inmiddels 50 jaar en bijna 8 maanden. Piep zullen sommigen zeggen. Ouder zullen anderen zeggen. Allebei is waar! Het is toch echt al 30 (!) jaar geleden, dat ik 20 was … Ik was bijna 30, dus toch alweer ruim 20 (!) jaar geleden, dat ik mijn eerst zoon baarde! Mijn lijf fit en vitaal (ook helemaal niet vanzelfsprekend, maar toch). Zoals de volle Rubens vrouwen. Mooi (tenzij je mening over volheid totaal anders is), fit, sterk, soepel en vruchtbaar. Toen zeker. En nu eigenlijk nog steeds, maar anders …

Het oordeel van paris Rubens' Vrouwen

Fitheid en vitaliteit zijn moderne woorden, en niet alleen woorden. Daar steekt een hele wereld achter, een heel leven als je erin duikt. En fitheid en vitaliteit zijn ook daadwerkelijk belangrijk, want hoe fitter en vitaler, hoe meer kans dat je het vol kunt houden in het leven. Behalve dan als je hinder hebt van vervelende ongemakjes … en die komen echt! Ik dacht, hoe naïef, dat het mij wel voorbij zou waaien. Ik heb immers mijn portie allang gehad! Driedubbel, minstens. Maar kennelijk telt dat toch niet mee. Het lijf laat mijn hoofd, mijn bewustzijn, heus weten dat het ouder wordt (en dan ben ik nog maar 50 …). Ik weiger mijzelf oud te noemen, want zo voel ik mij totaal niet. Jong van geest. Rijper dan toen ik 20 was, dat dan weer wel. Wijzer ook vast! Dan wil ik geloven en ik weet dat het zo is. Ik heb immers veel bijgeleerd onderweg en de nodige ervaringen opgedaan, waarvan ik meestal leerde. Maar 50 is in het geheel niet oud. Dat is eigenlijk nog gewoon jong!

Want ik ben op de helft of nog niet eens. Ik wordt 100! Dat wil ik. Met een fit gevoel en de nodige vitaliteit. Want vitaliteit is meer dan lichamelijke fitheid. Dat is ook mentale fitheid, en niet te vergeten: veerkracht.

De ongemakjes zijn er, en die blijven ook vast. Misschien worden het meer ongemakjes of worden de ongemakjes zelfs ongemakken. En misschien nog wel meer dan dat. Ik zie het wel. Ik weet immers niet wat op mij af komt. Ik heb geen draaiboek van het leven. Jij wel? Ik leef het leven voluit en zo bewust en goed als mogelijk. Ik merk wat er onderweg gebeurd. Ik hou van dat avontuur: het leven zelf! Soms merk ik meer of beter wat er gaande is, soms minder intens. En als ik doordraaf, het leven zo voluit leef, dat ik onvoldoende rust neem … dan laat mijn lijf dus echt weten dat ik te ver ga. Dan protesteert het lijf. Dan gaat het pijn doen. Op de meest onlogische en wilde plekken gaat het dan pijn doen. Bizar. Dat systeem is bizar en geweldig tegelijkertijd.

Het is toch meesterlijk, dat het lijf je draagt, warmt, bij elkaar houdt, waarschuwt, verhard en verzacht. Het is toch fenomenaal dat het lijf je koestert als je schokt van verdriet, je lief heeft als je je eenzaam voelt, je verzorgt als je koud bent, je lenigheid geeft als je wilt dansen, je rust biedt als je slaapt … en meer, veel meer. Het lijf is om van te houden en om goed voor te zorgen, want het houdt van jou.

Mijn lijf houdt van mij. Ik mag erin wonen!  En ik hoop nog heel lang. Met ongemakjes als dat dan persé moet (en met de beschadigingen die er toch al waren).

Vitaal en fit! Mijn lijf is goed!

Pauline Kemkers ©

 

Niet vanzelfsprekend

Allemachtig, wat vliegt de tijd. Herken jij dat ook?

Vandaag is mijn oudste zoon twintig jaar geworden. Rond deze tijd, half twaalf in de ochtend, was de bevalling in volle gang. Hij is geboren om vijf over twaalf.

Ik werd moeder.

Ik werd moeder van de eerste. Daarna kwam er nog een zoon, ruim anderhalf jaar later. Deze speciale dag, de geboortedag van mijn eerste zoon, is er eentje om nooit, echt nooit, te vergeten. Ik verwachte de baby. Natuurlijk. Onmiskenbaar duidelijk zwanger, hoewel niet heel dik, slechts zeven kilo zwaarder geworden (en meer dan tien kilo lichter nadat het kind geboren was). Ik voelde mij heel speciaal. Mijn lijf presteerde een topprestatie! Ik was moe en voldaan, trots en gelukkig. Ik was blij en opgewonden, nieuwsgierig en onervaren.

Ik incasseerde de pijn.

In Nederland krijgen per jaar circa vier-honderd-zeventig vrouwen een baby uit geboorte. Wereldwijd bevallen circa  370.000 vrouwen per jaar, volgens Pieter Hooimeijer, hoogleraar Sociale Geografie en Demografie aan de Universiteit van Utrecht, die zich baseert op de naar zeggen meeste betrouwbare gegevens via World Population Prospects van de Verenigde Naties. Indrukwekkende cijfers.

Ik voelde mij bijzonder. Heel bijzonder.

Mijn lijf had mij een machtig mooie prestatie geleverd, een levende baby! Deze baby, mijn (onze) zoon werd geboren uit een goede zwangerschap, op een normale biologische manier, uit liefde ontstaan.  Sex. Moderne technieken zijn niet abnormaal, zo bedoel ik het niet. Techniek maakt veel mogelijk. Moderne technieken heb ik niet nodig gehad. Mijn lief bracht een gezonde sterke zaadcel naar mijn eicel en binnenin gebeurde het. Versmelting.

Niet vanzelfsprekend. 

Helemaal niet vanzelfsprekend. Mijn lijf had mij al laten weten niet (meer) intact te zijn. Mijn lijf wilde een eerste mogelijke zwangerschap helemaal niet. Miskraam. Ik voelde mij verdrietig. Heel verdrietig. Zoals de meeste vrouwen in soortgelijke of verwante omstandigheden. En het verdriet geldt ook voor de vaders die hierbij betrokken zijn. Het zwanger zijn kan alleen in een vrouwenlichaam, niet in een mannenlichaam. Mijn lijf is niet intact. Verlies. En ik  had diep van binnen geen geslaagde zwangerschap verwacht. Nooit. Niet mogelijk. Mij was alle jaren steeds voorgehouden dat vruchtbaarheid twijfelachtig was of wellicht beschadigd. Artsen wisten het niet. Chemo was experimenteel ingezet destijds. Hard. Zwaar. Overleven is gelukt. Dat wel. Herstel. Onzekerheid. Liefde. Kinderwens. Mogelijk nooit een geslaagde zwangerschap. Onzekerheid. Moeilijk. Mijn lief wist er van.

Mijn (onze) zoon werd geboren. Een mooie prestatie van mijn lijf.

Mijn lijf die mij heeft geleerd dat herstel mogelijk is. Herstel, ook als essentiële delen weg zijn, verwijderd omdat een tumor kwaad veroorzaakte. Herstel, ook als het het lijf vergiftigd is door chemo. Herstel is mogelijk. Dat is gebleken. Zelfs een zwangerschap bleek mogelijk. Ik kreeg een gezond en fantastisch kind!

Vandaag is hij twintig geworden. Geen kind meer. Het is nu enkele minuten over twaalf. Hij is er enkele minuten … twintig jaar geleden alweer. Ik kan terugdenken, voelen, genieten. Niet alleen van het geboortemoment. Van alle jaren en bijzonderheden!

Mijn eerste zoon. En de tweede ook. Uit mijn lijf. Sterk lijf. 

Pauline

Inspanning en ontspanning

Inspanning en ontspanning

Liever een slak dan een watje … zeg ik tegen mijn zoon. Hij lacht.

Hij snapt best wat ik bedoel. Tjonge jonge wat vraagt het een inspanning van mij om die berg op te klimmen. Al uren ben ik aan het lopen. Zware rugzak. Slaapmat en slaapzak mee. Zo’n vier liter water (dat alleen al weegt vier kilo). En meer. Wij lopen een bivaktocht. Slechts één nacht gaan we boven in die hoge bergen slapen, in het niets, in de stilte, in de machtige bergwereld in de donkere nacht. Alleen wij. Mijn zoon en ik. Samen met gemzen en bergmarmotten. Bijzondere belevenis. En ik wil het aangaan. Ik heb er zin in.

Mijn lijf kan dit…

Mijn geest kan het echter nog veel beter dan mijn lijf. Mindpower. Mentale kracht. Wilskracht. Die is enorm. En jong van geest. Veel jonger dan mijn lijf  mij laat weten. Mijn conditie is natuurlijk niet half zo goed als die van mijn zoon. Hij is achttien. Ik ben negen-en-veertig, onderweg naar de vijftig. Een speciaal jaar voor mij. Ik lijk wel gek, dat ik zo nodig deze prestatie moet leveren. Wil ik dit echt? Ja. Mijn zoon is een sporter in hart en nieren. Hij is zich zeer bewust van zijn lijf, zijn kracht, zijn voedingspatroon en spierontwikkeling. En hij weet welke technieken hij allemaal al beheerst. Ik heb dat, samen met mijn lief, aangewakkerd en gestimuleerd, al vanaf dat het kind nog een mini-kind was. Wij liepen bergtochten. Wij liepen in de bossen. Wij zeilen. Wij sporten. Wij eten gezond. Onze zoons hebben dat dus geleerd. Fijn.

Ondertussen zwoeg ik mij die berg op. Zweten. Water drinken. Volgende stappen. Volgende kilometer afstand. Volgende 100 meter stijgen. Mijn zoon lacht. Liever een slak dan een watje … zeg ik. Hij lacht breed. Hij snapt mij. Ik snap hem ook. Hij heeft tempo en wordt geconfronteerd met een slak. Ik wil wel sneller (in mijn hoofd), maar kan niet sneller (mijn lijf protesteert, mijn longen doen mij hijgen). Hij wacht. Geweldige zoon.

Ik weet best dat ik een onregelmatige sporter ben. Dat is volstrekt duidelijk nu. Mijn conditie laat echt te wensen over voor bergtochten. Stijgen is het moeilijkst. Dat komt aan op conditie. Afdalen vind ik nooit een probleem. Dat gaat soepel. En op dat punt doen mijn benen, mijn knieën het geweldig goed. De spieren in bovenbenen en kuiten weten dat ze leven. Stijgend werken zij hard. Afdalend doen zij ook mee, maar is mijn humeur nog beter. Niet dat die slecht is als wij stijgen. Alleen dat lijf, dat gehijg, die pauzes, die ik zo nodig heb … dat bevalt mij niet. Toch is het zo. Acceptatie is het enige dat helpt. Chagrijnig wordt ik er niet van. Daarvoor is mijn algehele gemoed veel te optimistisch. Ik geniet. Ik maak een grap.

Liever een slak, dan een watje …

Een watje is toch een soort slappe hap, een bolletje lucht en dons, waar niets van overblijft als je er in knijpt. Een watje is zacht en voor zachte dingen bruikbaar. Een watje is niet sterk en gaat niet lang mee in mijn ogen. Integendeel. Watjes klagen. Watjes gaan het moeilijke niet aan. Watjes laten zich leiden, afremmen en belemmeren door angst. Angst brengt je niet verder. Angst brengt ook mij niet verder. Ik moet nog een klim van ongeveer 100 meter, langs kabels en door een pittige rotsformatie. Een kloof. Smal en grillig. Het is gaan regenen, dus alles is nat en glad. Glibberig. Dat maakt de tocht nog spannender. En boeiender. Avontuur lokt. Ik wil het aangaan. Ik moet niets. Ik kan gewoon terug gaan. Dat is niet wat ik wil. Na inspanning komt ontspanning. Ik weet, verwacht, dat ik beloond wordt daar boven. Ik loop door. Ik klim. Ik klauter. Ik hou mij vast. Mijn zoon zegt … “liever een slak dan een watje, je bent er bijna … watjes komen niet zo ver, die gaan terug, die geven op.” Aj!

Opgeven is geen optie…

Dat heb ik al vroeg in mijn leven geleerd. Opgeven kan hetzelfde betekenen als ‘dood gaan’. Dat is niet wat ik wil. Daar denk ik ook niet aan als ik in de bergen loop. Dan is het tijd voor genieten. Inspanning en ontspanning gaan hand in hand. Na uren lopen, honderden meters stijgen, klimmen door een glibberige natte kloof zijn wij boven op de berg … machtig en grijs, omdat wij in de wolken zijn beland, maar oh wat mooi! Daar doe ik het voor. Voldoening. Wij lachen samen. Het duurde even, maar wij hebben het gehaald. Samen. Mijn zoon en ik. Ik voel mij trots. Ik voel mij bevoorrecht. Mijn lijf heeft volbracht wat mijn geest met gemak denkt te kunnen. Veel langzamer dan gedacht, dat wel. De kracht in mij zorgt er voor dat ik kan halen wat ik wil. Doorzetten werkt.

Na inspanning kan ik voluit genieten van ontspanning … (natte bivak, koude pannenkoeken, hete thee, veel lol).

Met dank aan mijn jongste zoon. Een geweldige jonge man!

Pauline

PS. En deze inspanning en ontspanning kun je natuurlijk ook zien in de context van werk, arbeid en organisatie, loopbaan, dreigend vastlopen en ingedeukt raken … uitdeuken kan! Teamconflicten of andere lastige werksituaties in teams. Individuele life & loopbaancoaching. Wil je contact, kijk op www.werkimpuls.nl  

Verandering en acceptatie

Verandering en acceptatie

Ja, daar is het dan. LIJFIMPULS. Lijf, lichaam, veranderingen, schade, verwerking, acceptatie. Een onderwerp dat al vanaf mijn kindertijd in mij ronddwaalt. Ik kom het telkens opnieuw tegen. Kennelijk werkt dat zo. Blijf een issue negeren en het komt steeds weer om aandacht vragen. Herken je dat? En wat doe jij daarmee?

Voor mij geldt dat ik mijn lichaam niet ontkennen kan. Ik ‘woon’ er immers in. Ik heb het nodig. Mijn lichaam draagt mij, verzorgt mij, past op mij. En moet en wil dus ook mijn lijf goed verzorgen. Het lijf, mijn lijf is beschadigd, en daar heb ik soms last van. Vaak ook niet. Er gaan dagen, weken, soms zelfs maanden voorbij, dat ik helemaal niet stil sta bij de schade, dat ik helemaal geen last heb. En wat is last. De last zit in mijn hoofd, mijn gevoelens en mijn gedachten daarover. Nu kies ik ervoor te delen. Misschien (nog) niet in detail, maar opener dan ik ooit geweest ben. Ik stap een drempel over. Moedig vind ik zelf. Anderen zeggen misschien wel: nou ja, was dat zo’n ding; was dat zo’n probleem?

SCHADE AAN HET LIJF KAN ER ZIJN, IS ER of KOMT ER.

Voor de één komt schade vroeg, in de kindertijd al. In mijn situatie was dat ook het geval. Voor anderen komt schade in of aan het lijf onderweg verderop in het leven. Hoe dan ook. Ouder worden betekent verandering, schade, groter of kleiner. Dit betekent ook dat je daarmee moet dealen. Hoe ga jij daarmee om? Luchtig, grappig, clownesk, serieus, verdrietig, balend, sceptisch, arrogant, meelijwekkend, als slachtoffer? Of neem je eigen verantwoordelijkheid, wat je overigens altijd hebt, met welke gevoelens dan ook. Voor mij geldt, dat ik wil uitvinden hoe ik ermee wil omgaan. Wat bij mij past, wat acceptabel is.

Omstandigheden accepteren of er iets aan (trachten) te doen opdat het beter wordt of beter voelt. Acceptatie bewust ervaren. Hoe is dat? Wat levert dat op? En wat voor ruimte kan het geven om vanuit acceptatie verder te komen. Daar wil ik naar op zoek en dat ga ik vinden.

LIJFIMPULS over lijf, lichaam, gevoelens, veranderingen en acceptatie.

In dit BLOG ga ik schrijven over LIJFIMPULS(en), voor jou, voor mij, klein en groot.

LIJFIMPULS komt voort uit WERKIMPULS advies en training www.werkimpuls.nl

Werk, leven en lijf staat immers niet los van elkaar. Het is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het lijf is nodig om te werken, minimaal je hersenen om je lijf aan te sturen, te denken en te beslissen. Wat ook nodig is, is beweging en (veer) kracht van je lijf, in meer of mindere mate. Onderweg in je leven verandert dit. Ouder worden betekent hoe dan ook trager worden. Er kunnen beperkingen zijn of onderweg optreden. Hoe daarmee om te gaan. In de context van werk en perspectief valt hierover veel te zeggen.

LIJFIMPULS, verandering en acceptatie!

Pauline